2 Tessalonicenzen 3:7-10

Statenvertaling · Bidden en werken – Groet

7Want gijzelven weet, hoe men ons behoort na te volgen; want wij hebben ons niet ongeregeld gedragen onder u;

8En wij hebben geen brood bij iemand gegeten voor niet, maar in arbeid en moeite, nacht en dag werkende, opdat wij niet iemand van u zouden lastig zijn;

9Niet, dat wij de macht niet hebben, maar opdat wij onszelven u geven zouden tot een voorbeeld, om ons na te volgen.

10Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.

Lees heel 2 Tessalonicenzen 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 2 Tessalonicenzen 3:7-10 in de interactieve Bijbel →