1 Tessalonicenzen 4:9-12

Statenvertaling · Vermaning tot heilige wandel

9Van de broederlijke liefde nu hebt gij niet van node, dat ik u schrijve; want gijzelven zijt van God geleerd om elkander lief te hebben.

10Want gij doet ook hetzelfde aan al de broederen, die in geheel Macedonie zijn. Maar wij vermanen u, broeders, dat gij meer overvloedig wordt;

11En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben;

12Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van node hebt.

Lees heel 1 Tessalonicenzen 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Tessalonicenzen 4:9-12 in de interactieve Bijbel →