Conflict op het werk

Bijbels onderwerp · 16 Bijbelteksten · Statenvertaling

1 Tessalonicenzen 4:11 11En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben;

Spreuken 12:1 1Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.

Spreuken 12:20 20Bedrog is in het hart dergenen, die kwaad smeden; maar degenen die vrede raden, hebben blijdschap.

Spreuken 14:23 23In allen smartelijke arbeid is overschot; maar het woord der lippen strekt alleen tot gebrek.

Spreuken 17:27-28 27Wie wetenschap weet, houdt zijn woorden in; en een man van verstand is kostelijk van geest. 28Een dwaas zelfs, die zwijgt, zal wijs geacht worden, en die zijn lippen toesluit, verstandig.

Prediker 2:21 21Want er is een mens, wiens arbeid in wijsheid, en in wetenschap, en in geschikkelijkheid is; nochtans zal hij die overgeven tot zijn deel, aan een mens, die daaraan niet gearbeid heeft. Dit is ook ijdelheid en een groot kwaad.

Jesaja 50:7 7Want de Heere HEERE helpt Mij, daarom word Ik niet te schande; daarom heb Ik Mijn aangezicht gesteld als een keisteen, want Ik weet, dat Ik niet zal beschaamd worden.

Mattheüs 5:14 14Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn.

Mattheüs 7:1 1Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

Mattheüs 23:1 1Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen,

Lucas 6:35 35Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent, zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn, en gij zult kinderen des Allerhoogsten zijn; want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen.

Lucas 6:37-38 37En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden. 38Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, neergedrukte, en geschudde en overlopende maat zal men in uw schoot geven; want met dezelfde maat, waarmede gijlieden meet, zal ulieden wedergemeten worden.

2 Korintiërs 6:14 14Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?

Kolossenzen 3:1 1Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.

Kolossenzen 3:23-24 23En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen; 24Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient de Heere Christus.

1 Tessalonicenzen 4:12 12Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van node hebt.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →