1 Koningen 3:7-9

Statenvertaling · Salomo’s bede om wijsheid

7Nu dan, HEERE, mijn God! Gij hebt Uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; en ik ben een klein jongeling, ik weet niet uit te gaan noch in te gaan.

8En Uw knecht is in het midden van Uw volk, dat Gij verkoren hebt, een groot volk, hetwelk niet kan geteld noch gerekend worden, vanwege de menigte.

9Geef dan Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten, verstandelijk onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten?

Lees heel 1 Koningen 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees 1 Koningen 3:7-9 in de interactieve Bijbel →