Bijbels onderwerp · 17 Bijbelteksten · Statenvertaling
Psalmen 119:66 66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
Spreuken 2:3 3Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;
Spreuken 2:5-6 5Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden. 6Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.
Spreuken 2:10 10Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;
Spreuken 3:15 15Zij is kostelijker dan robijnen en al; wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken.
Spreuken 3:20 20Door Zijn wetenschap zijn de afgronden gekloofd, en de wolken druipen dauw.
Spreuken 12:1 1Wie de tucht liefheeft, die heeft de wetenschap lief; maar wie de bestraffing haat, is onvernuftig.
Spreuken 15:14 14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.
Spreuken 18:15 15Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.
1 Koningen 3:9 9Geef dan Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten, verstandelijk onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten?
Spreuken 2:1-2 1Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt; 2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;
Spreuken 2:4 4Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;
Spreuken 2:7-9 7Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprechtelijk wandelen; 8Opdat zij de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner gunstgenoten bewaren. 9Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.
Spreuken 2:11-22 11Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden; 12Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt; 13Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis; 14Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden; 15Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen; 16Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit; 17Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet; 18Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen. 19Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen; 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen. 21Want de vromen zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin overblijven; 22Maar de goddelozen zullen van de aarde uitgeroeid worden, en de trouwelozen zullen er van uitgerukt worden.
Spreuken 3:1-14 1Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden. 2Want langheid van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen. 3Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf zij op de tafel uws harten. 4En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen. 5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. 6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken. 7Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade. 8Het zal een medicijn voor uw navel zijn, en een bevochtiging voor uw beenderen. 9Vereer den HEERE van uw goed, en van de eerstelingen al uwer inkomsten; 10Zo zullen uw schuren met overvloed vervuld worden, en uw perskuipen van most overlopen. 11Mijn zoon! verwerp de tucht des HEEREN niet, en wees niet verdrietig over Zijn kastijding; 12Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft. 13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt! 14Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud.
Spreuken 3:16-19 16Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer. 17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede. 18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig. 19De HEERE heeft de aarde door wijsheid gegrond, de hemelen door verstandigheid bereid.
Spreuken 3:21-35 21Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid. 22Want zij zullen het leven voor uw ziel zijn, en een aangenaamheid voor uw hals. 23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten. 24Zo gij nederligt, zult gij niet schrikken; maar gij zult nederliggen en uw slaap zal zoet wezen. 25Vrees niet voor haastigen schrik, noch voor de verwoesting der goddelozen, als zij komt. 26Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden. 27Onthoud het goed van zijn meesters niet, als het in het vermogen uwer hand is te doen. 28Zeg niet tot uw naaste: Ga heen, en kom weder, en morgen zal ik geven, dewijl het bij u is. 29Smeed geen kwaad tegen uw naaste, aangezien hij met vertrouwen bij u woont. 30Twist met een mens niet zonder oorzaak, zo hij u geen kwaad gedaan heeft. 31Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen. 32Want de afwijker is den HEERE een gruwel; maar Zijn verborgenheid is met den oprechte. 33De vloek des HEEREN is in het huis des goddelozen; maar de woning der rechtvaardigen zal Hij zegenen. 34Zekerlijk, de spotters zal Hij bespotten, maar den zachtmoedigen zal Hij genade geven. 35De wijzen zullen eer beerven; maar elkeen der zotten neemt schande op zich.