Wijsheid: Gebed om geestelijke

Bijbels onderwerp · 44 Bijbelteksten · Statenvertaling

2 Kronieken 1:10 10Geef mij nu wijsheid en wetenschap, dat ik voor het aangezicht van dit volk uitga en inga; want wie zou dit Uw groot volk kunnen richten?

Psalmen 90:12 12Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.

Efeziërs 1:16-17 16Houde niet op voor u te danken, gedenkende uwer in mijn gebeden; 17Opdat de God van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve den Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis;

Efeziërs 6:18 18Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen;

Filippenzen 1:9 9En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen;

Kolossenzen 1:9 9Waarom ook wij, van dien dag af dat wij het gehoord hebben, niet ophouden voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand;

Kolossenzen 2:3 3In Denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn.

Kolossenzen 4:2-3 2Houdt sterk aan in het gebed, en waakt in hetzelve met dankzegging; 3Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords opene, om te spreken de verborgenheid van Christus, om welke ik ook gebonden ben;

Jakobus 1:5 5En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

Numeri 27:21 21En hij zal voor het aangezicht van Eleazar, den priester, staan, die voor hem raad vragen zal, naar de wijze van Urim, voor het aangezicht des HEEREN; naar zijn mond zullen zij uitgaan, en naar zijn mond zullen zij ingaan, hij, en al de kinderen Israels met hem, en de ganse vergadering.

Rechters 20:18 18En de kinderen Israels maakten zich op, en togen opwaarts ten huize Gods, en vraagden God, en zeiden: Wie zal onder ons vooreerst optrekken ten strijde tegen de kinderen van Benjamin? En de HEERE zeide: Juda vooreerst.

1 Koningen 3:7 7Nu dan, HEERE, mijn God! Gij hebt Uw knecht koning gemaakt in de plaats van mijn vader David; en ik ben een klein jongeling, ik weet niet uit te gaan noch in te gaan.

1 Koningen 3:9 9Geef dan Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten, verstandelijk onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten?

1 Koningen 8:36 36Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk Israel, als Gij hun zult geleerd hebben den goeden weg in denwelken zij wandelen zullen; en geef regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt.

Job 34:32 32Behalve wat ik zie, leer Gij mij; heb ik onrecht gewrocht, ik zal het niet meer doen.

Psalmen 5:8 8Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis ingaan; ik zal mij buigen naar het paleis Uwer heiligheid, in Uw vreze.

Psalmen 25:4-5 4Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. 5He. Vau. Leid mij in Uw waarheid, en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils; U verwacht ik den ganse dag.

Psalmen 27:11 11HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad, om mijner verspieders wil.

Psalmen 31:3 3Neig Uw oor tot mij, red mij haastelijk; wees mij tot een sterke Rotssteen, tot een zeer vast Huis, om mij te behouden.

Psalmen 39:4 4Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn overdenking; toen sprak ik met mijn tong:

Psalmen 43:3 3Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot den berg Uwer heiligheid, en tot Uw woningen;

Psalmen 86:11 11Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.

Psalmen 119:12 12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.

Psalmen 119:18-19 18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet. 19Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.

Psalmen 119:26-27 26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen. 27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

Psalmen 119:33-34 33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe. 34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

Psalmen 119:66 66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

Psalmen 119:68 68Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen.

Psalmen 119:73 73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.

Psalmen 119:80 80Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.

Psalmen 119:124-125 124Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen. 125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

Psalmen 119:135 135Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.

Psalmen 119:144 144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.

Psalmen 119:169 169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

Psalmen 119:171 171Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.

Psalmen 139:24 24En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.

Efeziërs 1:18-19 18Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen; 19En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht,

Efeziërs 3:14-19 14Om deze oorzaak buig ik mijn knieen tot den Vader van onzen Heere Jezus Christus, 15Uit Welken al het geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, 16Opdat Hij u geve, naar den rijkdom Zijner heerlijkheid, met kracht versterkt te worden door Zijn Geest in den inwendigen mens; 17Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt; 18Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij, 19En bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods.

Efeziërs 6:19-20 19En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken; 20Waarover ik een gezant ben in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoediglijk moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken.

Filippenzen 1:10 10Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus;

Meer teksten bij Wijsheid: Gebed om geestelijke

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →