Spreuken 9:13-18

Statenvertaling · De nodiging van de Wijsheid en van de Dwaasheid

13Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al.

14En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;

15Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:

16Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:

17De gestolen wateren zijn zoet, en het verborgen brood is liefelijk.

18Maar hij weet niet, dat aldaar doden zijn; haar genoden zijn in de diepten der hel.

Lees heel Spreuken 9 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Spreuken 9:13-18 in de interactieve Bijbel →