Bijbels onderwerp · 15 Bijbelteksten · Statenvertaling
2 Samuel 22:6 6Banden der hel omringden mij; strikken des doods bejegenden mij.
Job 11:8 8Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?
Job 26:6 6De hel is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf.
Psalmen 9:17 17De HEERE is bekend geworden; Hij heeft recht gedaan; de goddeloze is verstrikt in het werk zijner handen! Higgajon, Sela.
Psalmen 16:10 10Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.
Psalmen 18:5 5Banden des doods hadden mij omvangen, en beken Belials verschrikten mij.
Psalmen 116:3 3De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis.
Psalmen 139:8 8Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.
Spreuken 5:5 5Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.
Spreuken 7:27 27Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.
Spreuken 9:18 18Maar hij weet niet, dat aldaar doden zijn; haar genoden zijn in de diepten der hel.
Spreuken 15:11 11De hel en het verderf zijn voor den HEERE; hoeveel te meer de harten van des mensenkinderen?
Spreuken 15:24 24De weg des levens is den verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden.
Spreuken 23:14 14Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden.
Spreuken 27:20 20De hel en het verderf worden niet verzadigd; alzo worden de ogen des mensen niet verzadigd.