Spreuken 6:1-5

Statenvertaling · Verschillende waarschuwingen

1Mijn zoon! zo gij voor uw naaste borg geworden zijt, voor een vreemde uw hand toegeklapt hebt;

2Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.

3Doe nu dit, mijn zoon! en red u, dewijl gij in de hand uws naasten gekomen zijt; ga, onderwerp uzelven, en sterk uw naaste.

4Laat uw ogen geen slaap toe, noch uw oogleden sluimering.

5Red u, als een ree uit de hand des jagers, en als een vogel uit de hand des vogelvangers.

Lees heel Spreuken 6 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Spreuken 6:1-5 in de interactieve Bijbel →