Statenvertaling · Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten woont
3Want Hij zal u redden van den strik des vogelvangers, van de zeer verderfelijke pestilentie.
4Hij zal u dekken met Zijn vlerken, en onder Zijn vleugelen zult gij betrouwen; Zijn waarheid is een rondas en beukelaar.
5Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt;
6Voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt; voor het verderf, dat op den middag verwoest.
7Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tien duizend aan uw rechterhand; tot u zal het niet genaken.