Bijbels onderwerp · 17 Bijbelteksten · Statenvertaling
Numeri 24:8 8God heeft hem uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn; hij zal de heidenen, zijn vijanden, verteren, en hun gebeente breken, en met zijn pijlen doorschieten.
Deuteronomium 32:23 23Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten.
Deuteronomium 32:42 42Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn.
Job 6:4 4Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.
Psalmen 11:2 2Want ziet, de goddelozen spannen den boog, zij schikken hun pijlen op de pees, om in het donkere te schieten naar de oprechten van harte.
Psalmen 21:12 12Want zij hebben kwaad tegen U aangelegd; zij hebben een schandelijke daad bedacht, doch zullen niets vermogen.
Psalmen 38:2 2O HEERE! straf mij niet in Uw groten toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.
Psalmen 45:5 5En rijd voorspoediglijk in Uw heerlijkheid, op het woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid; en Uw rechterhand zal U vreselijke dingen leren.
Psalmen 57:4 4Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
Psalmen 58:7 7O God! verbreek hun tanden in hun mond; breek af de baktanden der jonge leeuwen, o HEERE!
Psalmen 91:5 5Gij zult niet vrezen voor den schrik des nachts, voor den pijl, die des daags vliegt;
Psalmen 120:4 4Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.
Psalmen 144:6 6Bliksem bliksem, en verstrooi hen; zend Uw pijlen uit, en verdoe hen.
Spreuken 25:18 18Een man, tegen zijn naaste een valse getuigenis sprekende, is een hamer, en zwaard, en scherpe pijl.
Klaagliederen 3:12-13 12Daleth. Hij heeft Zijn boog gespannen, en Hij heeft mij den pijl als ten doel gesteld. 13He. Hij heeft Zijn pijlen in mijn nieren doen ingaan.
Ezechiël 5:16 16Wanneer Ik de boze pijlen des hongers tegen hen uitzenden zal, die ten verderve zijn zullen, die Ik uitzenden zal om u te verderven; zo zal Ik den honger over u vermeerderen, en u den staf des broods breken.
Habakuk 3:11 11De zon en de maan stonden stil in haar woning; met het licht gingen Uw pijlen daarhenen, met glans Uw bliksemende spies.