Statenvertaling · Hoe liefelijk zijn uw woningen
1Voor den opperzangmeester, op de Gittith; een psalm, voor de kinderen van Korach.
2Hoe liefelijk zijn Uw woningen, o HEERE der heirscharen!
3Mijn ziel is begerig, en bezwijkt ook van verlangen, naar de voorhoven des HEEREN; mijn hart en mijn vlees roepen uit tot den levenden God.