Statenvertaling · Als de Here het huis niet bouwt
3Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning.
4Gelijk de pijlen zijn in de hand eens helds, zodanig zijn de zonen der jeugd.
5Welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met dezelve gevuld heeft; zij zullen niet beschaamd worden, als zij met de vijanden spreken zullen in de poort.