Statenvertaling · Herinnering en verwachting
4O HEERE! wend onze gevangenis, gelijk waterstromen in het zuiden.
5Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.
6Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.