Psalmen 119:2-8

Statenvertaling · De heerlijkheid van Gods wet

2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

3Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.

4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.

5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.

8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.

Lees heel Psalmen 119 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 119:2-8 in de interactieve Bijbel →