Bijbels onderwerp · 53 Bijbelteksten · Statenvertaling
Genesis 17:1 1Als nu Abram negen en negentig jaren oud was, zo verscheen de HEERE aan Abram, en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!
Deuteronomium 5:32 32Neemt dan waar, dat gij doet, gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft; en wijkt niet af ter rechterhand, noch ter linkerhand.
Deuteronomium 18:13 13Oprecht zult gij zijn met den HEERE, uw God.
Jozua 23:6 6Zo weest zeer sterk, om te bewaren en om te doen alles, wat geschreven is in het wetboek van Mozes; opdat gij daarvan niet afwijkt ter rechter hand noch ter linkerhand;
1 Koningen 8:61 61En ulieder hart volkomen zij met den HEERE, onzen God, om te wandelen in Zijn inzettingen, en Zijn geboden te houden, gelijk te dezen dage.
1 Kronieken 28:9 9En gij, mijn zoon Salomo, ken den God uws vaders, en dien Hem met een volkomen hart en met een willige ziel; want de HEERE doorzoekt alle harten, en Hij verstaat al het gedichtsel der gedachten; indien gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden; maar indien gij Hem verlaat, Hij zal u tot in eeuwigheid verstoten.
1 Kronieken 29:19 19En geef mijn zoon Salomo een volkomen hart, om te houden Uw geboden, Uw getuigenissen en Uw inzettingen; en om alles te doen, en om dit paleis te bouwen, hetwelk ik bereid heb.
2 Kronieken 6:36 36Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in een land, dat verre of nabij is;
Job 9:20-21 20Zo ik mij rechtvaardig, mijn mond zal mij verdoemen; ben ik oprecht, Hij zal mij toch verkeerd verklaren. 21Ben ik oprecht, zo acht ik toch mijn ziel niet; ik versmaad mijn leven.
Psalmen 18:32 32Want wie is God, behalve de HEERE? En wie is een Rotssteen, dan alleen onze God?
Psalmen 37:31 31De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.
Psalmen 37:37 37Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.
Psalmen 101:2 2Ik zal verstandelijk handelen in den oprechten weg; wanneer zult Gij tot mij komen? Ik zal in het midden mijns huizes wandelen, in oprechtigheid mijns harten.
Psalmen 106:3 3Welgelukzalig zijn zij, die het recht onderhouden, die te aller tijd gerechtigheid doet.
Psalmen 119:1-3 1Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan. 2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken; 3Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.
Psalmen 119:6 6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.
Psalmen 119:96 96In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.
Spreuken 2:21 21Want de vromen zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin overblijven;
Prediker 7:20 20Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.
Mattheüs 5:6 6Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
Mattheüs 5:48 48Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.
Mattheüs 19:21 21Jezus zeide tot hem: Zo gij wilt volmaakt zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij.
Lucas 6:40 40De discipel is niet boven zijn meester; maar een iegelijk volmaakt discipel zal zijn gelijk zijn meester.
1 Korintiërs 2:6 6En wij spreken wijsheid onder de volmaakten; doch een wijsheid, niet dezer wereld, noch der oversten dezer wereld, die te niet worden;
2 Korintiërs 7:1 1Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods.
2 Korintiërs 13:9 9Want wij verblijden ons, wanneer wij zwak zijn, en gij sterk zijt. En wij wensen ook dit, namelijk uw volmaking.
2 Korintiërs 13:11 11Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.
Efeziërs 4:11 11En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars;
Efeziërs 4:12 12Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus;
Efeziërs 4:13 13Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus;
Filippenzen 1:10 10Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus;
Filippenzen 2:15 15Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;
Filippenzen 3:12-15 12Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben. 13Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb. 14Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus. 15Zovelen dan als wij volmaakt zijn, laat ons dit gevoelen; en indien gij iets anderszins gevoelt, ook dat zal u God openbaren.
Kolossenzen 1:21-22 21En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend, 22In het lichaam Zijns vleses, door den dood, opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en onbeschuldiglijk voor Zich stellen;
Kolossenzen 1:28 28Denwelken wij verkondigen, vermanende een iegelijk mens, en lerende een iegelijk mens in alle wijsheid, opdat wij zouden een iegelijk mens volmaakt stellen in Christus Jezus;
Kolossenzen 2:9-11 9Want in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk; 10En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht; 11In Welken gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus;
Kolossenzen 3:14 14En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid.
Kolossenzen 4:12 12U groet Epafras, die uit de uwen is, een dienstknecht van Christus, te allen tijde strijdende voor u in de gebeden, opdat gij staan moogt volmaakt en volkomen in al den wil van God.
1 Tessalonicenzen 3:10 10Nacht en dag zeer overvloediglijk biddende, om uw aangezicht te mogen zien, en te volmaken, hetgeen aan uw geloof ontbreekt.
1 Tessalonicenzen 3:13 13Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus met al Zijn heiligen.