Psalmen 119:145-149

Statenvertaling · De heerlijkheid van Gods wet

145Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.

146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

147Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.

148Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.

149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.

Lees heel Psalmen 119 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Psalmen 119:145-149 in de interactieve Bijbel →