Psalmen 109:2-5

Statenvertaling · Gebed van een vervolgde

2Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.

3En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.

4Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed.

5En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde.

Lees heel Psalmen 109 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 109:2-5 in de interactieve Bijbel →