Bijbels onderwerp · 10 Bijbelteksten · Statenvertaling
Psalmen 69:4 4Ik ben vermoeid van mijn roepen, mijn keel is ontstoken, mijn ogen zijn bezweken, daar ik ben hopende op mijn God.
Psalmen 71:10 10Want mijn vijanden spreken van mij, en die op mijn ziel loeren, beraadslagen te zamen,
Psalmen 102:8 8Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak.
Psalmen 56:5 5In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij vlees doen?
Psalmen 57:4 4Hij zal van den hemel zenden, en mij verlossen, te schande makende dengene, die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
Psalmen 57:6 6Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde.
Psalmen 62:4 4Hoe lang zult gijlieden kwaad aanstichten tegen een man? Gij allen zult gedood worden; gij zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur.
Psalmen 69:9 9Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.
Psalmen 109:2-5 2Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong. 3En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak. 4Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed. 5En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde.
Psalmen 129:1-3 1Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel; 2Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht. 3Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.