Psalmen 109:1-3

Statenvertaling · Gebed van een vervolgde

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet.

2Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.

3En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.

Lees heel Psalmen 109 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Psalmen 109:1-3 in de interactieve Bijbel →