Statenvertaling · Het genot van de goederen des levens is ijdelheid
4Ik maakte mij grote werken, ik bouwde mij huizen, ik plantte mij wijngaarden.
5Ik maakte mij hoven en lusthoven, en ik plantte bomen in dezelve, van allerlei vrucht.
6Ik maakte mij vijvers van wateren, om daarmede te bewateren het woud, dat met bomen groende.