IJdelheid: Wereldse bezittingen zijn

Bijbels onderwerp · 4 Bijbelteksten · Statenvertaling

Prediker 2:7 7Ik kreeg knechten en maagden, en ik had kinderen des huizes; ook had ik een groot bezit van runderen en schapen, meer dan allen, die voor mij te Jeruzalem geweest waren.

Prediker 2:11 11Toen wendde ik mij tot al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en tot den arbeid, dien ik werkende gearbeid had; ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes, en daarin was geen voordeel onder de zon.

Prediker 2:4-6 4Ik maakte mij grote werken, ik bouwde mij huizen, ik plantte mij wijngaarden. 5Ik maakte mij hoven en lusthoven, en ik plantte bomen in dezelve, van allerlei vrucht. 6Ik maakte mij vijvers van wateren, om daarmede te bewateren het woud, dat met bomen groende.

Prediker 2:8-10 8Ik vergaderde mij ook zilver en goud, en kleinoden der koningen en der landschappen; ik bestelde mij zangers en zangeressen, en wellustigheden der mensenkinderen, snarenspel, ja, allerlei snarenspel. 9En ik werd groot, en nam toe, meer dan iemand, die voor mij te Jeruzalem geweest was; ook bleef mijn wijsheid mij bij. 10En al wat mijn ogen begeerden, dat onttrok ik hun niet; ik wederhield mijn hart niet van enige blijdschap, maar mijn hart was verblijd vanwege al mijn arbeid; en dit was mijn deel van al mijn arbeid.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →