Wijsheid: Geestelijk: Niet-geclassificeerde Schriftplaatsen betreffende

Bijbels onderwerp · 28 Bijbelteksten · Statenvertaling

Job 12:2 2Trouwens, omdat gijlieden het volk zijt, zo zal de wijsheid met ulieden sterven!

Job 12:12-13 12In de stokouden is de wijsheid, en in de langheid der dagen het verstand. 13Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.

Job 12:16 16Bij Hem is kracht en wijsheid; Zijns is de dwalende, en die doet dwalen.

Job 28:12 12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

Job 28:18 18De Ramoth en Gabisch zal niet gedacht worden; want de trek der wijsheid is meerder dan der Robijnen.

Job 28:20 20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?

Job 28:28 28Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.

Psalmen 111:10 10Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.

Spreuken 1:7 7De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.

Deuteronomium 32:29 29O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.

Job 5:27 27Zie dit, wij hebben het doorzocht, het is alzo; hoor het, en bemerk gij het voor u.

Job 8:8 8Want vraag toch naar het vorige geslacht, en bereid u tot de onderzoeking hunner vaderen.

Job 8:10 10Zullen die u niet leren, tot u spreken, en uit hun hart redenen voortbrengen?

Job 12:3 3Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?

Job 12:7-11 7En waarlijk, vraag toch de beesten, en elkeen van die zal het u leren; en het gevogelte des hemels, dat zal het u te kennen geven. 8Of spreek tot de aarde, en zij zal het u leren; ook zullen het u de vissen der zee vertellen. 9Wie weet niet uit alle deze, dat de hand des HEEREN dit doet? 10In Wiens hand de ziel is van al wat leeft, en de geest van alle vlees des mensen. 11Zal niet het oor de woorden proeven, gelijk het gehemelte voor zich de spijze smaakt?

Job 12:17 17Hij voert de raadsheren beroofd weg, en de rechters maakt Hij uitzinnig,

Job 12:22 22Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en des doods schaduwe brengt Hij voort in het licht.

Job 28:13-17 13De mens weet haar waarde niet, en zij wordt niet gevonden in het land der levenden. 14De afgrond zegt: Zij is in mij niet; en de zee zegt: Zij is niet bij mij. 15Het gesloten goud kan voor haar niet gegeven worden, en met zilver kan haar prijs niet worden opgewogen. 16Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier. 17Men kan het goud of het kristal haar niet gelijk waarderen; ook is zij niet te verwisselen voor een kleinood van dicht goud.

Job 28:19 19Men kan de Topaas van Morenland haar niet gelijk waarderen; en bij het fijn louter goud kan zij niet geschat worden.

Job 28:21-27 21Want zij is verholen voor de ogen aller levenden, en voor het gevogelte des hemels is zij verborgen. 22Het verderf en de dood zeggen: Haar gerucht hebben wij met onze oren gehoord. 23God verstaat haar weg, en Hij weet haar plaats. 24Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen. 25Als Hij den wind het gewicht maakte, en de wateren opwoog in mate; 26Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen; 27Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.

Job 32:9 9De groten zijn niet wijs, en de ouden verstaan het recht niet.

Job 42:5 5Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog.

Psalmen 2:10 10Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk; laat u tuchtigen, gij rechters der aarde!

Psalmen 9:10 10En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid.

Psalmen 76:1 1Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

Psalmen 107:43 43Wie is wijs? Die neme deze dingen waar; en dat zij verstandelijk letten op de goedertierenheden des HEEREN.

Spreuken 1:5 5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

Spreuken 1:21-28 21Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad; 22Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? 23Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken. 24Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte; 25En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt; 26Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt. 27Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt; 28Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden;

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →