Statenvertaling · De toewijzing van het Overjordaanse
39En de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, gingen naar Gilead, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting.
40Zo gaf Mozes Gilead aan Machir, den zoon van Manasse; en hij woonde daarin.
41Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.