Bijbels onderwerp · 9 Bijbelteksten · Statenvertaling
Numeri 32:33-34 33Alzo gaf Mozes hunlieden, den kinderen van Gad, en de kinderen van Ruben, en den halven stam van Manasse, den zoon van Jozef, het koninkrijk van Sihon, koning der Amorieten, en het koninkrijk van Og, koning van Bazan; het land met de steden van hetzelve in de landpalen, de steden des lands rondom. 34En de kinderen van Gad bouwden Dibon, en Ataroth, en Aroer,
Numeri 32:37 37En de kinderen van Ruben bouwden Hezbon, en Eleale, en Kirjathaim,
Numeri 32:39-41 39En de kinderen van Machir, den zoon van Manasse, gingen naar Gilead, en namen dat in, en zij verdreven de Amorieten, die daarin waren, uit de bezitting. 40Zo gaf Mozes Gilead aan Machir, den zoon van Manasse; en hij woonde daarin. 41Jair nu, de zoon van Manasse, ging heen en nam hunlieder dorpen in, en hij noemde die Havvoth-Jair.
Jozua 13:15 15Alzo gaf Mozes aan den stam der kinderen van Ruben, naar hun huisgezinnen,
Jozua 13:21 21En alle steden des vlakken lands, en het ganse koninkrijk van Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon regeerde, denwelken Mozes geslagen heeft, mitsgaders de vorsten van Midian, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, geweldigen van Sihon, inwoners des lands.
Numeri 32:35-36 35En Atroth-Sofan, en Jaezer, en Jogbeha, 36En Beth-Nimra, en Beth-Haran, vaste steden en schaapskooien.
Numeri 32:38 38En Nebo, en Baal-Meon, veranderd zijnde van naam, en Sibma; en zij noemden de namen der steden, die zij bouwden, met andere namen.
Numeri 32:42 42En Nobah ging heen, en nam Kenath in, met haar onderhorige plaatsen, en noemde ze Nobah naar zijn naam.
Jozua 13:16-20 16Dat hun landpale was van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die in het midden der beek is, en al het vlakke land tot Medeba toe: 17Hesbon en al haar steden, die in het vlakke land zijn, Dibon, en Bamoth-Baal, en Beth-Baal-meon, 18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath, 19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals, 20En Beth-Peor, en Asdoth-Pisga, en Beth-Jesimoth;