NBG-vertaling 1951 · Door lastertaal vervolgd
1Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.
2Here, red mij van de leugenlippen, van de bedrieglijke tong.
3Wat zal Hij u geven, en wat zal Hij u toevoegen, gij bedrieglijke tong?
4Gescherpte pijlen van een held, benevens gloeiende kolen van brem.
5Wee mij, dat ik in Mesek moet vertoeven, dat ik moet wonen bij de tenten van Kedar.
6Te lang reeds woon ik bij wie de vrede haten;
7ik ben een en al vrede, maar als ik spreek, dan zijn zij uit op strijd.
Lees ook in: Statenvertaling · HSV · KJV