Mattheüs 25:35-36

Statenvertaling · De wijze en de dwaze maagden

35Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd.

36Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.

Lees heel Mattheüs 25 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Mattheüs 25:35-36 in de interactieve Bijbel →