Leviticus 11:11-15

Statenvertaling · Reine en onreine dieren

11Ja, een verfoeisel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij verfoeien.

12Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.

13En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,

14En de gier, en de kraai, naar haar aard;

15Elke rave naar haar aard;

Lees heel Leviticus 11 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Leviticus 11:11-15 in de interactieve Bijbel →