De raaf

Bijbels onderwerp · 12 Bijbelteksten · Statenvertaling

Leviticus 11:15 15Elke rave naar haar aard;

Genesis 8:7 7En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.

Leviticus 11:11-15 11Ja, een verfoeisel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij verfoeien. 12Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn. 13En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend, 14En de gier, en de kraai, naar haar aard; 15Elke rave naar haar aard;

Deuteronomium 14:14 14En alle rave naar zijn aard;

1 Koningen 17:4 4En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.

1 Koningen 17:6 6En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.

Job 38:41 41Wie bereidt de raaf haar kost, als haar jongen tot God schreeuwen, als zij dwalen, omdat er geen eten is?

Psalmen 147:9 9Die het vee zijn voeder geeft; aan de jonge raven, als zij roepen.

Spreuken 30:17 17Het oog, dat den vader bespot, of de gehoorzaamheid der moeder veracht, dat zullen de raven der beek uitpikken, en des arends jongen zullen het eten.

Hooglied 5:11 11Zijn hoofd is van het fijnste goud, van het dichtste goud; Zijn haarlokken zijn gekruld, zwart als een raaf.

Jesaja 34:11 11Maar de roerdomp en de nachtuil zullen het erfelijk bezitten, en de schuifuit, en de raaf zal daarin wonen; want Hij zal een richtsnoer der woestigheid over hen trekken, en een richtlood der ledigheid.

Lucas 12:24 24Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien, noch maaien, welke geen spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve; hoeveel gaat gij de vogelen te boven?

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →