Johannes 4:7-10

Statenvertaling · Het gesprek met de Samaritaanse vrouw

7Er kwam een vrouw uit Samaria om water te putten. Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken.

8(Want Zijn discipelen waren heengegaan in de stad, opdat zij zouden spijze kopen.)

9Zo zeide dan de Samaritaanse vrouw tot Hem: Hoe begeert Gij, Die een Jood zijt, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen.

10Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij de gave Gods kendet, en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken, zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben.

Lees heel Johannes 4 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Johannes 4:7-10 in de interactieve Bijbel →