Job 8:1-5

Statenvertaling · Bildads eerste rede: God straft naar recht

1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

2Hoe lang zult gij deze dingen spreken, en de redenen uws monds een geweldige wind zijn?

3Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren?

4Indien uw kinderen gezondigd hebben tegen Hem, Hij heeft hen ook in de hand hunner overtreding geworpen.

5Maar indien gij naar God vroeg zoekt, en tot den Almachtige om genade bidt;

Lees heel Job 8 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 8:1-5 in de interactieve Bijbel →