Statenvertaling · Des Heren tweede antwoord: de Behemot
20Omdat de bergen hem voeder voortbrengen, daarom spelen al de dieren des velds aldaar.
21Onder schaduwachtige bomen ligt hij neder, in een schuilplaats des riets en des slijks.
22De schaduwachtige bomen bedekken hem, elkeen met zijn schaduw; de beekwilgen omringen hem.
23Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt, dat hij de Jordaan in zijn mond zou kunnen intrekken.
24Zou men hem voor zijn ogen kunnen vangen? Zou men hem met strikken den neus doorboren kunnen?