Statenvertaling · Des Heren tweede antwoord: de Behemot
10Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!
11Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem!
12Zie allen hoogmoedige, en breng hem ten onder; en verpletter de goddelozen in hun plaats!
13Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!
14Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.
15Zie nu Behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u; hij eet hooi, gelijk een rund.
16Zie toch, zijn kracht is in zijn lenden, en zijn macht in den navel zijns buiks.
17Als het hem lust, zijn staart is als een ceder; de zenuwen zijner schaamte zijn doorvlochten.
18Zijn beenderen zijn als vast koper; zijn gebeenten zijn als ijzeren handbomen.