Job 3:22-26

Statenvertaling · Jobs bittere klacht

22Die blijde zijn tot opspringens toe, en zich verheugen, als zij het graf vinden;

23Aan den man, wiens weg verborgen is, en dien God overdekt heeft?

24Want voor mijn brood komt mijn zuchting; en mijn brullingen worden uitgestort als water.

25Want ik vreesde een vreze, en zij is mij aangekomen; en wat ik schroomde, is mij overkomen.

26Ik was niet gerust; en was niet stil, en rustte niet; en de beroering is gekomen.

Lees heel Job 3 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 3:22-26 in de interactieve Bijbel →