Job 26:7-14

Statenvertaling · Jobs antwoord aan Bildad: Gods grootheid

7Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet.

8Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet.

9Hij houdt het vlakke Zijns troons vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover.

10Hij heeft een gezet perk over het vlakke der wateren rondom afgetekend, tot aan de voleinding toe des lichts met de duisternis.

11De pilaren des hemels sidderen, en ontzetten zich voor Zijn schelden.

12Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing.

13Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.

14Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

Lees heel Job 26 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 26:7-14 in de interactieve Bijbel →