Statenvertaling · Jobs antwoord aan Bildad: mijn Losser leeft
15Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een uitlander ben ik in hun ogen.
16Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem.
17Mijn adem is mijn huisvrouw vreemd; en ik smeek om der kinderen mijns buiks wil.
18Ook versmaden mij de jonge kinderen; sta ik op, zo spreken zij mij tegen.