Job 15:21-35

Statenvertaling · Elifaz’ tweede rede: de goddeloze gaat te gronde

21Het geluid der verschrikkingen is in zijn oren; in den vrede zelven komt de verwoester hem over.

22Hij gelooft niet uit de duisternis weder te keren, maar dat hij beloerd wordt ten zwaarde.

23Hij zwerft heen en weder om brood, waar het zijn mag; hij weet, dat bij zijn hand gereed is de dag der duisternis.

24Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.

25Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.

26Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden.

27Omdat hij zijn aangezicht met zijn vet bedekt heeft, en rimpelen gemaakt om de weekdarmen;

28En heeft bewoond verdelgde steden, en huizen, die men niet bewoonde, die gereed waren tot steen hopen te worden.

29Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.

30Hij zal van de duisternis niet ontwijken, de vlam zal zijn scheut verdrogen; hij zal wijken door het geblaas zijns monds.

31Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen.

32Als zijn dag nog niet is, zal hij vervuld worden; want zijn tak zal niet groenen.

33Men zal zijn onrijpe druiven afrukken, als van een wijnstok, en zijn bloeisel afwerpen, als van een olijfboom.

34Want de vergadering der huichelaren wordt eenzaam, en het vuur verteert de tenten der geschenken.

35Zijn ontvangen moeite, en baren ijdelheid, en hun buik richt bedrog aan.

Lees heel Job 15 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Job 15:21-35 in de interactieve Bijbel →