Statenvertaling · De verleiders van het volk
16Verder zegt de HEERE: Daarom dat de dochteren van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestrekten hals, en lonken met de ogen, al gaande en trippelende daarhenen treden, en alsof haar voeten gebonden waren.
17Zo zal de HEERE den schedel der dochteren van Sion schurftig maken, en de HEERE zal haar schaamte ontbloten.
18Ten zelfden dage zal de HEERE wegnemen het sieraad der kousebanden, en de netjes, en de maantjes.
19De reukdoosjes, en de kleine ketentjes, en de glinsterende kledingen,
20De hoofdkroning, en de armversierselen, en de bindselen, en de reukballetjes, en de oorringen,
21De ringen en de voorhoofdsierselen,
22De wisselklederen, en de manteltjes, en de hoedjes, en de buidels,
23De spiegels, en de fijn-linnen deksels, en de hulledoeken, en de sluiers.
24En het zal geschieden, dat er voor specerij stank zal zijn, en lossigheid voor een gordel, en kaalheid in plaats van haarvlechten, en omgording eens zaks in plaats van een wijden rok, en verbranding in plaats van schoonheid.