Jeremia 38:6-7

Statenvertaling · Jeremia in een put geworpen

6Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.

7Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden (de koning nu zat in de poort van Benjamin);

Lees heel Jeremia 38 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 38:6-7 in de interactieve Bijbel →