Kerker

Bijbels onderwerp · 2 Bijbelteksten · Statenvertaling

Jeremia 38:6 6Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.

Klaagliederen 3:53 53Tsade. Zij hebben mijn leven in een kuil uitgeroeid, en zij hebben een steen op mij geworpen.

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →