Jeremia 36:11-12

Statenvertaling · De boekrol

11Als nu Michaja, de zoon van Gemarja, den zoon van Safan, al de woorden des HEEREN uit dat boek gehoord had;

12Zo ging hij af ten huize des konings in de kamer des schrijvers; en ziet, aldaar zaten al de vorsten: Elisama, de schrijver, en Delaja, de zoon van Semaja, en Elnathan, de zoon van Achbor, en Gemarja, de zoon van Safan, en Zedekia, de zoon van Hananja, en al de vorsten.

Lees heel Jeremia 36 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 36:11-12 in de interactieve Bijbel →