Bijbels onderwerp · 15 Bijbelteksten · Statenvertaling
Numeri 1:10 10Van de kinderen van Jozef: van Efraim, Elisama, de zoon van Ammihud; van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.
Numeri 2:18 18De banier des legers van Efraim, naar hun heiren, zal tegen het westen zijn; en Elisama, de zoon van Ammihud, zal de overste der zonen van Efraim zijn.
Numeri 7:48 48Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraim, Elisama, den zoon van Ammihud.
Numeri 7:53 53En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elisama, den zoon van Ammihud.
Numeri 10:22 22Daarna toog op de banier van het leger der kinderen van Efraim, naar hun heiren; en over het heir was Elisama, de zoon van Ammihud.
2 Samuel 5:16 16En Elischama, en Eljade, en Elifeleth.
2 Koningen 25:25 25Maar het geschiedde in de zevende maand, dat Ismael, de zoon van Nethanja, den zoon van Elisama, van koninklijk zaad, kwam, en tien mannen met hem; en zij sloegen Gedalia, dat hij stierf; mitsgaders de Joden en de Chaldeen, die met hem te Mizpa waren.
1 Kronieken 2:41 41En Sallum gewon Jekamja, en Jekamja gewon Elisama.
1 Kronieken 3:6 6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,
1 Kronieken 3:8 8En Elisama, en Eljada, en Elifelet, negen.
1 Kronieken 7:26 26Zijn zoon was Ladan; zijn zoon Ammihud; zijn zoon Elisama;
1 Kronieken 14:7 7En Elisama, en Beeljada, en Elifelet.
2 Kronieken 17:8 8En met hen de Levieten, Semaja en Nethanja, en Zebadja, en Asael, en Semiramoth, en Jonathan, en Adonia, en Tobia, en Tob-Adonia de Levieten, en met hen de priesters Elisama en Joram.
Jeremia 36:12 12Zo ging hij af ten huize des konings in de kamer des schrijvers; en ziet, aldaar zaten al de vorsten: Elisama, de schrijver, en Delaja, de zoon van Semaja, en Elnathan, de zoon van Achbor, en Gemarja, de zoon van Safan, en Zedekia, de zoon van Hananja, en al de vorsten.
Jeremia 41:1 1Maar het geschiedde in de zevende maand, dat Ismael, de zoon van Nethanja, den zoon van Elisama, van koninklijken zade, en de oversten des konings, te weten tien mannen, met hem kwamen tot Gedalia, den zoon van Ahikam, te Mizpa; en zij aten aldaar brood te zamen, te Mizpa.
Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →