Jeremia 13:2-11

Statenvertaling · De linnen gordel

2En ik kocht een gordel naar het woord des HEEREN, en ik deed dien aan mijn lenden.

3Toen geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot mij, zeggende:

4Neem den gordel, dien gij gekocht hebt, die aan uw lenden is, en maak u op, en ga henen naar den Frath, en versteek dien aldaar in de klove ener steenrots.

5Zo ging ik henen, en verstak dien bij den Frath, gelijk als de HEERE mij geboden had.

6Het geschiedde nu ten einde van vele dagen, dat de HEERE tot mij zeide: Maak u op, ga henen naar den Frath, en neem den gordel van daar, dien Ik u geboden heb aldaar te versteken.

7Zo ging ik naar den Frath, en groef, en nam den gordel van de plaats, alwaar ik dien verstoken had; en ziet, de gordel was verdorven en deugde nergens toe.

8Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

9Zo zegt de HEERE: Alzo zal Ik verderven de hovaardij van Juda, en die grote hovaardij van Jeruzalem.

10Ditzelve boze volk, dat Mijn woorden weigert te horen, dat in het goeddunken zijns harten wandelt, en andere goden navolgt, om die te dienen, en voor die zich neder te buigen; dat zal worden gelijk deze gordel, die nergens toe deugt.

11Want gelijk als een gordel kleeft aan de lenden eens mans, alzo heb Ik het ganse huis Israels en het ganse huis van Juda aan Mij doen kleven, spreekt de HEERE, om Mij te zijn tot een volk, en tot een naam, en tot lof, en tot heerlijkheid; maar zij hebben niet gehoord.

Lees heel Jeremia 13 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Jeremia 13:2-11 in de interactieve Bijbel →