Handelingen 28:4-6

Statenvertaling · Paulus op Malta

4En als de barbaren het beest zagen aan zijn hand hangen, zeiden zij tot elkander: Deze mens is gewisselijk een doodslager, welken de wraak niet laat leven, daar hij uit de zee ontkomen is.

5Maar hij schudde het beest af in het vuur, en leed niets kwaads.

6En zij verwachtten, dat hij zou opzwellen, of terstond dood nedervallen. Maar als zij lang gewacht hadden, en zagen, dat geen ongemak hem overkwam, werden zij veranderd, en zeiden, dat hij een god was.

Lees heel Handelingen 28 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Handelingen 28:4-6 in de interactieve Bijbel →