Bijbels onderwerp · 8 Bijbelteksten · Statenvertaling
Deuteronomium 32:24 24Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs.
Deuteronomium 32:33 33Hun wijn is vurig drakenvenijn, en een wreed adderenvergift.
Psalmen 58:4 4De goddelozen zijn vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers dolen van moeders buik aan.
Psalmen 140:3 3Die veel kwaads in het hart denken, allen dag samenkomen om te oorlogen.
Spreuken 23:32 32In zijn einde zal hij als een slang bijten, en steken als een adder.
Job 20:16 16Het vergif der adderen zal hij zuigen; de tong der slang zal hem doden.
Spreuken 23:31 31Zie den wijn niet aan, als hij zich rood vertoont, als hij in den beker zijn verve geeft, als hij recht opgaat;
Handelingen 28:5-6 5Maar hij schudde het beest af in het vuur, en leed niets kwaads. 6En zij verwachtten, dat hij zou opzwellen, of terstond dood nedervallen. Maar als zij lang gewacht hadden, en zagen, dat geen ongemak hem overkwam, werden zij veranderd, en zeiden, dat hij een god was.