Handelingen 20:29-32

Statenvertaling · Van Macedonië naar Troas

29Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen.

30En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.

31Daarom waakt, en gedenkt, dat ik drie jaren lang nacht en dag, niet opgehouden heb een iegelijk met tranen te vermanen.

32En nu, broeders, ik bevele u Gode, en den woorde Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.

Lees heel Handelingen 20 →

Bijbelse onderwerpen bij dit hoofdstuk

Lees Handelingen 20:29-32 in de interactieve Bijbel →