Bijbels onderwerp · 6 Bijbelteksten · Statenvertaling
Handelingen 20:1 1Nadat nu het oproer gestild was, Paulus, de discipelen tot zich geroepen en gegroet hebbende, ging uit om naar Macedonie te reizen.
Handelingen 20:3 3En als hij aldaar drie maanden overgebracht had, en hem van de Joden lagen gelegd werden, als hij naar Syrie zoude varen, zo werd hij van zin weder te keren door Macedonie.
2 Korintiërs 2:13 13Maar, afscheid van hen genomen hebbende, vertrok ik naar Macedonie.
2 Korintiërs 7:5 5Want ook, als wij in Macedonie gekomen zijn, zo heeft ons vlees geen rust gehad; maar wij waren in alles verdrukt; van buiten was strijd, van binnen vrees.
Handelingen 20:2 2En als hij die delen doorgereisd, en hen met vele redenen vermaand had, kwam hij in Griekenland.
Handelingen 20:4-6 4En hem vergezelschapte tot in Azie Sopater van Berea; en van de Thessalonicensen Aristarchus en Sekundus; en Gajus van Derbe, en Timotheus en van die van Azie Tychikus en Trofimus. 5Dezen, vooraf heengegaan zijnde, wachtten ons te Troas. 6Wij nu scheepten af van Filippi na de dagen der ongehevelde broden, en kwamen in vijf dagen bij hen te Troas, alwaar wij ons zeven dagen onthielden.