Genesis 49:17-23

Statenvertaling · Jakobs laatste woorden tot zijn zonen

17Dan zal een slang zijn aan den weg, een adderslang nevens het pad, bijtende des paards verzenen, dat zijn rijder achterover valle.

18Op uw zaligheid wacht ik, HEERE!

19Aangaande Gad, een bende zal hem aanvallen; maar hij zal haar aanvallen in het einde.

20Van Aser, zijn brood zal vet zijn; en hij zal koninklijke lekkernijen leveren.

21Nafthali is een losgelaten hinde; hij geeft schone woorden.

22Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein; elk der takken loopt over den muur.

23De schutters hebben hem wel bitterheid aangedaan, en beschoten, en hem gehaat;

Lees heel Genesis 49 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 49:17-23 in de interactieve Bijbel →