Genesis 36:31-39

Statenvertaling · Esaus nakomelingen

31En dit zijn koningen, die geregeerd hebben in het land Edom, eer een koning regeerde over de kinderen Israels.

32Bela dan, de zoon van Beor, regeerde in Edom, en de naam zijner stad was Dinhaba.

33En Bela stierf, en Jobab, de zoon van Zerah, van Bozra, regeerde in zijn plaats.

34En Jobab stierf, en Husam, uit der Temanieten land, regeerde in zijn plaats.

35En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith.

36En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.

37En Samla stierf, en Saul van Rehoboth, aan de rivier, regeerde in zijn plaats.

38En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.

39En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.

Lees heel Genesis 36 →

Bijbelse onderwerpen bij dit vers

Lees Genesis 36:31-39 in de interactieve Bijbel →