Edomieten: Koningen van

Bijbels onderwerp · 7 Bijbelteksten · Statenvertaling

Genesis 36:31 31En dit zijn koningen, die geregeerd hebben in het land Edom, eer een koning regeerde over de kinderen Israels.

Numeri 20:14 14Daarna zond Mozes boden uit Kades tot den koning van Edom, welke zeiden: Alzo zegt uw broeder Israel: Gij weet al de moeite, die ons ontmoet is;

1 Kronieken 1:43 43Dit nu zijn de koningen, die geregeerd hebben in het land van Edom, eer er een koning regeerde over de kinderen Israels: Bela, de zoon van Beor; en de naam zijner stad was Dinhaba.

Ezechiël 32:29 29Daar is Edom, haar koningen en al haar vorsten, die met hunlieder macht gelegd zijn bij de verslagenen van het zwaard; diezelve liggen met de onbesnedenen en met degenen, die in den kuil zijn nedergedaald.

Amos 2:1 1Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Moab, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat hij de beenderen des konings van Edom tot kalk verbrand heeft.

Genesis 36:32-39 32Bela dan, de zoon van Beor, regeerde in Edom, en de naam zijner stad was Dinhaba. 33En Bela stierf, en Jobab, de zoon van Zerah, van Bozra, regeerde in zijn plaats. 34En Jobab stierf, en Husam, uit der Temanieten land, regeerde in zijn plaats. 35En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith. 36En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats. 37En Samla stierf, en Saul van Rehoboth, aan de rivier, regeerde in zijn plaats. 38En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats. 39En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.

1 Kronieken 1:44-50 44En Bela stierf, en Jobab regeerde in zijn plaats, een zoon van Zerah, van Bozra. 45En Jobab stierf, en Husam, uit het land der Themanieten, regeerde in zijn plaats. 46En Husam stierf, en Hadad, de zoon van Bedad, regeerde in zijn plaats, die de Midianieten in het veld van Moab versloeg; en den naam zijner stad was Avith. 47En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats. 48En Samla stierf, en Saul, van Rehoboth aan de rivier, regeerde in zijn plaats. 49En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats. 50Als Baal-Hanan stierf, zo regeerde Hadad in zijn plaats, en de naam zijner stad was Pahi, en de naam zijner huisvrouw was Mehetabeel, de dochter van Matred, dochter van Mee-Sahab.

Verwante onderwerpen

Open dit onderwerp in de interactieve Bijbel →